COLUMN - Dromen

Ze zaten vier jaar naast elkaar op dezelfde plek in mijn klas. Middelste rij, een na achterste bank. Altijd rustig, altijd oplettend. Als hun mentor was het een van mijn taken om hen te begeleiden bij het kiezen van hun specialisatie. Meestal was dat niet zo lastig: hout, metaal of elektra. Maar soms liep het anders. Toen ik hun vroeg naar het beroep dat ze wilden gaan uitoefenen zei de een zonder nadenken “profvoetballer”, de ander vertelde me dat hij na zijn examen naar Indonesië zou gaan om daar carrière te maken als filmster. Ik verzekerde ze dat ik het persoonlijk uitstekende keuzes vond, maar opperde ook dat het misschien verstandig zou zijn om een alternatief te bedenken voor het geval hun eerste keuze niet zou lukken. Zij schudden beiden het hoofd. Ze wilden best elektrotechniek gaan doen, maar dat was alleen maar nodig om een diploma te halen. Zij hadden hun keuze gemaakt en dat zou zeker gaan lukken.

De aspirant profvoetballer was een van mijn sterspelers in het schoolteam en ik wist dat hij zeker een kans had, bij de aanstaande filmster had ik geen idee over zijn acteervaardigheden. Zijn droom leek me niet al te realistisch.

Dat was het moment waarop ik wist dat je nooit een leerling zijn droom mag afnemen.

Gerard Koster

Twee jaar later haalden ze beiden hun diploma en verdwenen ze uit mijn gezichtsveld. Soms hoorde je via via nog wel wat. Zo wisten we dat de een inmiddels bij Haarlem - toen nog een profclub - in de jeugd voetbalde. Een enkele keer zag ik hem rennen naar de metro, druk zwaaiend. Later hoorden we dat hij een contractje had gekregen en nog even later zagen we hem op televisie debuteren in het eerste elftal. Hij speelde tegen PSV en was de directe tegenstander van Gullit, die letterlijk boven hem uit torende. We waren heel trots, ondanks de forse nederlaag die hij bij zijn debuut moest incasseren.

Van zijn voormalige buurman in de klas hoorden we jaren niets meer totdat enkele van zijn vrienden weer een keer langskwamen op school. In het sectiehok Engels vertelden ze dat ze afgelopen zomer naar Jakarta waren geweest om hun vriend te bezoeken. “Zijn portret hangt werkelijk overal, hij is de grote ster in een populaire film,” vertelden ze.

Dat was het moment waarop ik wist dat je nooit een leerling zijn droom mag afnemen. Louter en alleen omdat die droom ook wel eens uitkomt. Natuurlijk kun je uitleggen aan een leerling op het vmbo dat het wel eens lastig kan worden om dokter te worden, maar dat doktersassistent(e) wel haalbaar is. Een beetje realiteitszin kan geen kwaad. Maar jaren later zag ik een meisje dat alle adviezen om naar de HAVO te gaan in de wind had geslagen omdat haar droom was om arts te worden. Ik zag haar in het AMC, waar ze haar coschappen liep. Zonder zich iets van de goedbedoelde adviezen aan te trekken had ze gewerkt aan haar droom en had ze die gerealiseerd.

Dromen zijn van de leerling, daar moeten wij maar niet aan komen.

Delen: