COLUMN - Het ‘eerste orde leren’ voorbij?

Een groot deel van de begrotingen in het onderwijs bestaat dit jaar uit incidenteel geld: extra hulp in de klas, een-op-een-begeleiding, extra leerlingcoaches worden betaald met eenmalige overheidssubsidies. Omdat er vervolgens op school te weinig menskracht is om deze extra hulp te kunnen bieden, kopen scholen die hulp in via bijvoorbeeld bureaus voor huiswerkbegeleiding. Een nieuwe markt dient zich aan.

Een vorm van privatisering van het onderwijs die mijn inziens tegelijkertijd leidt tot een verschraling daarvan: onderwijs gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden alleen. Kwalificatie in termen van Biesta. Deze gedachte, gestuurd door de voorgekauwde menulijsten van de overheid, lijkt breed te worden omarmd. Steeds meer ouders zien thuisonderwijs als een optie, ook als er geen corona in het geding is. Particulier onderwijs bloeit vervolgens als nooit tevoren met een 100% diplomagarantie en hoge slagingspercentages.

Sturing vanuit geld is hier zeker aan de orde, met ongewenste grote neveneffecten. Scholen worden immers gereduceerd tot instituten gericht op het overdragen van kennis, in de theorie ‘eerste orde leren’ genoemd. Waren we echter in het onderwijs niet al twee stappen verder? Scholen leiden leerlingen op tot zelfstandige en constructief-kritische burgers die samen met anderen de maatschappij van de toekomst vormgeven. Maar hoe kan dat als leerlingen niet kritisch leren zijn, geen feedback leren ontvangen, niet leren reflecteren en zichzelf continu verbeteren, niet leren nieuwe waarden toe te voegen, nieuwe terreinen te verkennen en oplossingen te bedenken samen met anderen. Met andere woorden, kennis en vaardigheden zijn het startpunt. Daar vervolgens iets mee doen, dat is pas de bedoeling van onderwijs: persoonsvorming en socialisatie.

Met andere woorden, kennis en vaardigheden zijn het startpunt.

Emmeken van der Heijden

Privatisering van het onderwijs is een mooie ontwikkeling als die bijdraagt aan verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. De wijze waarop nu de financiële middelen beschikbaar worden gesteld met een bijbehorende verantwoordingssystematiek leidt daar echter niet toe. Sterker nog, we zien een trend naar een run op diploma’s met ouders die daar veel geld voor over hebben. Dat is toch niet wat we willen? Onderwijs van een hogere orde, dat is het streven. Daarvoor hebben we een overheid nodig die met geld stuurt op de ontwikkeling van kritische burgers en op hun onderlinge samenwerking, niet een overheid die stuurt op extra handen in de klas.

Naar verwachting gaat de pandemie nog wel even duren, zo’n drie tot zes jaar. Dat betekent dat er straks een generatie leerlingen is die de middelbare schooltijd thuis heeft doorgebracht. Dat betekent nogal wat voor hun persoonlijke en sociale ontwikkeling. Werk aan de winkel voor de scholen, lijkt me, om binnen de bestaande regelgeving en mogelijkheden opnieuw te kijken naar cruciale onderwerpen in het onderwijs: kritisch en creatief leren denken, leren debatteren, leren samenwerken. Alleen door het anders te doen voorkomen we een verschraling van het onderwijs. Gelukkig kennen de subsidieregels van de overheid altijd nog een niet vastgestelde restcategorie.

Emmeken van der Heijden is rector van het Van Maerlantlyceum in Eindhoven

Delen: