De Bildung Academie

In het voorjaar van 2015 kwamen studenten, jonge alumni en een aantal docenten uit het hoger onderwijs bij elkaar en richtten De Bildung Academie op. Het idee van De Bildung Academie is om bottum-up het Nederlandse onderwijs te verrijken met Bildung, door als onafhankelijke stichting onderwijsprogramma’s te maken en door bij te dragen aan vernieuwing van het reguliere onderwijs in de vorm van co-creatie-projecten, trainingen en workshops. We spreken met Koen Wessels, iemand uit de kerngroep van De Bildung Academie. We kunnen ons het komend jaar verheugen op vijf columns van hun hand.

Vanuit welke gedachten zijn jullie De Bildung Academie begonnen?
‘We leven in complexe tijden. Klimaatverandering, polarisatie, economische ongelijkheid dagen elk individu uit om keuzes te maken die de hele wereld aangaan. Tegelijk staan jongeren steeds vaker met een burn-out aan de kant, maken hun studie niet af, of doen werk dat ze niet als zinvol ervaren. Je mag van onderwijsinstellingen verwachten dat ze vakkundig op deze situatie inspelen, dat ze in het onderwijs persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid aan elkaar verbinden en waarmaken. In onze ervaring – die van studenten, jonge alumni en enkele docenten van verschillende universiteiten en hoge scholen in en rondom Amsterdam – is dit in de breedte van het Nederlandse onderwijs nog onvoldoende het geval. We zijn bevangen door het beangstigende gevoel dat leerlingen en studenten zich in het onderwijs vooral ontwikkelen tot slimme versterkers van de gevestigde orde en de economie, en minder tot intrinsiek gemotiveerde, verantwoordelijke, creatieve mensen.’

Bildung is een begrip dat niet iedereen op dezelfde manier hanteert. Wat is jullie werkdefinitie?
‘Bildung gaat voor ons over de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van de mens en beoogt een samenleving waarin mensen vanuit eigen kracht, passie, verbinding en verantwoordelijkheid invulling aan het gezamenlijke leven geven. Dat vraagt zowel om ontwikkeling van bewustzijn als ontwikkeling van het vermogen het leven vorm te geven. Ontwikkeling van bewustzijn gaat over grote vragen als ‘wie ben ik?’, ‘wie is de ander?’, ‘hoe werkt de samenleving?’, ‘waar ben ik goed in?’, ‘waar loop ik vast?’, ‘wat vind ik belangrijk?’, ‘wat heeft de wereld nodig?’. Het vermogen om het leven vorm te geven bouwt actief voort op dit bewustzijn en gaat over doen: over verantwoordelijkheid nemen, passie vinden en volgen, creëren, samenwerken, ergens voor gaan, vallen en opstaan.’

Vanuit welke kijk op de wereld of op de samenleving beargumenteer je het belang van Bildung en het belang van Bildung als herkenbaar onderdeel op scholen?
‘Vanuit een holistisch perspectief, een positief mensbeeld en geloof in eigenaarschap. Een holistisch perspectief, in de zin dat de professionele, persoonlijke, politieke en maatschappelijke dimensies van het leven op complexe wijze in elkaar doorwerken. Hetzelfde geldt voor de fysieke, emotionele, rationele en intuïtieve dimensies van het mens-zijn. Een positief mensbeeld zit in de overtuiging dat elk mens de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen en dat die ontwikkeling goed is voor individu en samenleving. Geloof in eigenaarschap duidt op de levenshouding dat wij mensen binnen een zekere speelruimte vanuit passie, verbinding en verantwoordelijkheid ons individuele en gezamenlijke leven een betekenisvolle invulling kunnen geven.’

Het is bovendien essentieel je te realiseren dat bildungsonderwijs meer is dan methode: het gaat in de eerste plaats om relaties tussen mensen.

Koen Wessels

Jullie schrijven op je site dat je onderwijs-instellingen helpt om hun onderwijs op dit gebied inhoud te geven of aan te scherpen. Laten we een aantal voorbeeldvragen van jullie site eens bij de kop pakken. Bijvoorbeeld: Hoe ziet goed bildungsonderwijs eruit?
‘Er is niet één antwoord op deze vraag en de context is leidend. In elk geval geldt voor bildungsonderwijs dat gemotiveerde, actieve betrokkenheid van de leerling cruciaal is, aangezien alleen dan de beoogde leerprocessen echt werkzaam kunnen zijn. Daarom floreert bildungsonderwijs bij een fluïde rolverdeling tussen leerlingen en docent, waarbij verantwoordelijkheid gedeeld wordt en leerlingen ruimte voor initiatief en experiment krijgen. Typerend aan bildungsonderwijs is ook een sterke koppeling tussen ervaring en reflectie: door thematiek te ervaren middels actieve werkvormen en projecten en kritisch te reflecteren op ervaringen en bronnen wordt het onderwijs naast inhoudelijk stimulerend ook persoonlijk relevant en maatschappelijk betrokken. Van hieruit ontstaat ruimte om ‘zelf iets ergens van te vinden’ en om ‘zelf iets te doen’. Bij De Bildung Academie noemen we dat materialisatie: het omzetten van het geleerde in een persoonlijke creatie of project in, en met het oog op, de wereld.’

En wat vraagt het van een docent?
‘Belangrijke rollen die een docent vervult in bildungsonderwijs zijn begeleider van groepsprocessen en coach. De docent haalt zijn legitimiteit uit zich reeds ontwikkeld te hebben in het gebied waar zijn leerlingen aan het leren zijn. Op basis daarvan kan een docent de sensitiviteit en praktische wijsheid ontwikkelen om gericht sturing te geven aan het onderwijsproces. Net zo belangrijk is dat de docent leerlingen zelf laat sturen, een stukje controle loslaat. Het is bovendien essentieel je te realiseren dat bildungsonderwijs meer is dan methode: het gaat in de eerste plaats om relaties tussen mensen. Het gaat er om situaties te creëren waarin leerlingen zich openen voor het nog onbekende en zichzelf inbrengen. Dit zijn dan tevens de belangrijkste kwaliteiten van een docent: open staan voor je leerlingen en jezelf inbrengen ten behoeve van hun ontwikkeling.’

Het hebben over Bildung komt nog wel eens wat academisch over. Kun je iets vertellen over Bildung en bijvoorbeeld het vmbo?
‘Hoe Bildung eruit ziet is contextafhankelijk, maar het ideaal overstijgt opleidingsniveau. Bildung is in de eerste plaats niet academisch, maar menselijk. Bekeken in termen van ‘hoofd-hart-handen’ is het vmbo meer handen en het vwo meer hoofd. Beide kunnen meer hart gebruiken, door sterker in te zetten op relatie en intrinsieke motivatie. Het vwo kan meer hand gebruiken en het vmbo juist meer hoofd, meer waarom-vragen. De uitdaging is om dit te doen op een manier die werkt voor alle vmbo-leerlingen, bijvoorbeeld door fysieke en spelelementen in reflectie-oefeningen te verwerken. De beste mensen om deze vraag te beantwoorden zijn overigens vmbo-leerlingen en docenten zelf.’

Wat zijn twee concrete activiteiten die jullie op dit moment uitvoeren?
‘In het project ‘overbruggen in Amsterdam’ gaan 90 studenten – evenredig afkomstig uit het mbo, hbo en wo – met elkaar een half jaar lang een dag per week aan de slag met het thema segregatie, uitmondend in een door hen samen georganiseerd festival. In de cursus ‘Bildung voor Docenten’ kunnen docenten, werkzaam binnen alle opleidingsniveaus, terecht om in een traject van 8 bijeenkomsten in zo’n vier maanden aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling te werken en van daaruit Bildung te versterken in hun eigen onderwijspraktijk.’

Wat zijn je korte en iets langere termijn ambities?
‘Op de korte termijn is de ambitie om (1) een bildung-jaarprogramma voor studenten van verschillende opleidingsniveaus te ontwikkelen en (2) duurzame samenwerkingsverbanden te bestendigen en aan te gaan met het oog op versterking van Bildung in het reguliere onderwijs. Op de lange termijn is het doel om samen met andere pionierende onderwijsinitiatieven het onderwijs grootschalig te helpen vernieuwen, opdat elk individu alle kans krijgt zich te ontwikkelen en vanuit eigen kracht, passie, verbinding en verantwoordelijkheid bij te dragen aan een betere wereld.’

Delen: