Jan Fasen na zes jaar Agora-onderwijs: “Onderwijs moet per definitie innovatief zijn”

(januari 2020)

We hebben serieuze maatschappelijke problemen en met het huidige onderwijssysteem gaan we die niet oplossen. We hebben plekken nodig waar we nieuw onderwijs durven te maken, goed geleid, verstandig uitgevoerd, voortdurend verantwoord. Aldus Jan Fasen, grondlegger van de Agora-school.

Een nieuwe school

In 2014 opende een kleine nieuwe school buiten de Randstad haar deuren: 34 leerlingen in een vleugel van het gebouw van Niekée vmbo in Roermond. Het initiatief bleef niet onopgemerkt. De aandacht voor de school groeide razendsnel, van collega-scholen, adviseurs en onderzoekers, en niet in de laatste plaats van het ministerie en van de Onderwijsinspectie. Het was ook niet zomaar een nieuwe school. Het gekozen concept was radicaal, en de claims idem dito. De stelligheid waarmee de initiatienemers - Sjef Drummen, Jan Fasen, Bert Martens en Bert Sterken - hun onderwijskundige keuzes verantwoordden was groot, en de overgave waarmee ze dat deden bracht reuring, bij fans én criticasters. Rustig en betrekkelijk anoniem volwassen worden was er vanaf dat moment niet meer bij. Agora kwam onder het vergrootglas te liggen van de onderwijsgemeenschap, als een dankbare casus in de felle discussies die er gevoerd worden over onderwijsinnovatie.

Ondanks en misschien ook dankzij al die publieke aandacht volgde de school het pad van het voortschrijdend inzicht. Men schroomde niet om de uitvoering van het concept op plekken bij te sturen, echter zonder in te leveren op de oorspronkelijke principes en doelstellingen. Knap koersvast, tot op de dag van vandaag. Hoogleraar Jos Claessen (OU, Welten) die Agora in het eerste jaar van nabij volgde en na vijf jaar een stand van zaken opmaakt n.a.v. de eerste eindexamens, schrijft in juni 2019 op Didactiefonline.nl: “Cruciaal vanaf het eerste jaar tot op heden is het team van coaches: hecht, complementair, eensgezind, overtuigd van dezelfde shared values, ontwikkelingsgericht, gedeeld leiderschap.” (https://didactiefonline.nl/blog/blonz/eerste-examens-op-agora-roermond)

Dit schooljaar mag Agora Roermond 55 nieuwe leerlingen verwelkomen. Om kwaliteit te kunnen blijven garanderen is dit jaar nog een rem op de groei gezet. Op zeven andere plekken in het land zijn inmiddels andere Agora-scholen gestart én er is een Agora-vereniging in oprichting om de principes te bewaken. Het zijn misschien geen overweldigende aantallen – het vraagt ook wat om je school op de kop te zetten – maar Agora is geen eendagsvlieg gebleken. Nu, na ruim vijf jaren is het nog altijd spannend. De discussie over nieuw onderwijs is onverminderd hevig, op sommige thema’s gepolariseerd. Wettelijke kaders bewegen maar moeizaam mee. En de grondleggers van Agora dragen hun geesteskind over. Mede-grondlegger Sjef Drummen, die zich steevast onderwijskunstenaar noemt, heeft afscheid genomen van zijn actieve rol als directielid. Hij heeft dat gedaan met een boekwerk voor gewichtheffers - Catharsia - waarin hij in woord en beeld zijn absolute overtuiging illustreert dat het huidige onderwijsbestel failliet is en vervangen dient te worden door een systeem dat de toets der ethiek wel kan doorstaan. Ook mede-initiatiefnemer Jan Fasen zal over niet al te lange tijd een andere rol gaan vervullen. De Agora-vereniging moet nog gaan ‘werken’ en de andere Agora-scholen hebben hun handen vol aan de eigen ontwikkeling. Daar gaat hij zich actiever mee bezig houden.

Het is een goed moment om weer eens bij te praten met Jan Fasen, naast Agora-frontman ook jarenlang columnist van dit blad. Waarom zou je de comfortabele routine van het dagelijkse lesgeven en leidinggeven opofferen, en jaren tegemoet treden van anders denken, anders doen, opnieuw doen, verantwoorden en onzekerheid over de toegevoegde waarde? Het antwoord is: maatschappelijke en menselijke noodzaak.

Jan Fasen

Maatschappelijke en menselijke noodzaak

“Ik vind dat we ons collectief druk zouden moeten maken over een aantal zaken en ik vind dat we dat in Nederland niet op een hele goede manier doen. Op de eerste plaats: men heeft klip en klaar aangetoond dat er geen ander land ter wereld is waar kinderen zo gedemotiveerd naar school gaan en dat die demotivatie groeit gedurende de schoolloopbaan van een kind, terwijl elk kind graag leert. De kinderen zelf hebben daar last van, maar de leraren ook. Die breken vervolgens hun hoofd over hoe zij hun leerlingen aan het leren krijgen.

Op de tweede plaats doet het er in Nederland nog altijd toe wie je vader en je moeder zijn. Ook Pisa 2018 komt weer tot die vaststelling, alleen dát wordt niet zo breed uitgemeten in de media. Het is schandelijk dat je in een land als Nederland nog steeds voor je kansen afhankelijk bent van het feit of je vader wel of niet werkeloos is en welk opleidingsniveau je ouders hebben.

Er zit iets niet goed, als mensen vanuit een gevoelde wens besluiten leraar te worden en in de praktijk ontdekken dat zij niet die leraar kunnen zijn die zij willen zijn.

Jan Fasen

Wat ik verder uitermate betreurenswaardig vind is dat ouders 74 miljoen euro uitgeven aan schaduwonderwijs. Dat wil zeggen, bepaalde groepen ouders doen dat. Niet de ouders hier uit onze wijk, Agora staat in de armste wijk van Limburg. Ouders zonder gevulde beurs kunnen dat niet betalen, dus die kinderen moeten het doen met de kennelijk gebrekkige kwaliteit die wij als scholen leveren. Wederom een voorbeeld van ongelijke kansen voor kinderen.

Nog iets. Wij laten kinderen van school gaan naar een vervolgopleiding en 60% van de jongens switcht of stopt in het eerste studiejaar. Dan kun je zeggen, dat is toch niet zo erg? Maar ik vind dat wel raar, als je bedenkt dat zo’n leerling in de 12 of 13 jaar hieraan voorafgaand de een na de andere toets moest maken om te laten zien wat hij waard was. Dan zit er toch iets raars in het opleidingsmodel.

En tot slot noem ik de gebrekkige beroepstrots van leraren. Ik weet niet of er een causaal verband is met het lerarentekort. Je zult mij evenmin horen zeggen dat onderwijsvernieuwing dé oplossing is voor het lerarentekort. Maar je hoeft geen helderziende te zijn om vast te stellen dat er iets niet goed zit, als mensen vanuit een gevoelde wens besluiten leraar te worden en in de praktijk ontdekken dat zij niet die leraar kunnen zijn die zij willen zijn. Het beroep verlaten is dan misschien nog de meest gezonde optie. Blijven betekent dat je jezelf met al je oorspronkelijke motivatie, passie, opvattingen en vakmanschap moet verlaten waardoor je afbrandt en ziek wordt. Wij gaan op een onzindelijke manier om met het beroep van de leraar. Salaris - dat is belangrijk hè, je moet mensen goed betalen, we hebben hier geld zat voor in Nederland - is niet de langetermijnoplossing. Die moet je zoeken in ruimte voor vakmanschap, ruime autonomie, voldoende bevoegdheden, zeggenschap over de organisatie van leren met hun leerlingen, voldoende verantwoordelijkheden, zelfontplooiing, vertrouwen, onderdeel mogen zijn van een trotse beroepsgroep.

Die beroepsgroep zelf pakt de problemen overigens ook niet heel handig aan. Ze ruziën met Jan en alleman, mogelijke oplossingen voor problemen worden meteen bekritiseerd en misschien nog wel het ergste van alles: de beroepsgroep heeft geen notie van een gemeenschappelijk idee waartoe ze op aarde is, waarom leraar-zijn het meeste eerbare en belangrijke beroep is wat er bestaat, waar dat dan uit bestaat, welke erkenning en aandacht het verdient en welke professionele discipline vanuit de beroepsgroep zelf dit dan weer met zich meebrengt. Dat helpt echt om die beroepseer nieuw leven in te blazen en een geduchte partner te worden voor ieder die denkt die beroepseer te kunnen verkwanselen.

Het is mijn persoonlijke overtuiging dat dit uitdagingen zijn waarmee het huidige model ons opzadelt en die we dus we niet kunnen oplossen binnen dat bestaande model. Daar moeten we iets anders voor verzinnen. Agora is een poging daartoe.”

Het antwoord van Agora

“Op Agora vinden we kennis misschien wel het belangrijkste dat er is. Kennis geeft kinderen grip op hun leven, op het begrijpen van de wereld en het vinden van hun plek daarin. Laat ze er zoveel mogelijk van vergaren en ontwikkelen. Alleen wij beginnen niet met kennis, want dat demotiveert en verveelt zolang de leerling niet weet waaró